Thailand op z’n best

Wat Phimai, toonbeeld van Oost-Thaise prachtDe laatste weken ben ik van Bangkok naar het verre Oosten van Thailand gefietst. Als het me iets nog duidelijker heeft gemaakt dan is het dat Thailand twee gezichten heeft. De belangrijkste tegenstellingen die ik ben tegengekomen: rijk en arm, vervuild en schoon, hypocriet en oprecht. Hoewel ik deze contrasten over de gehele route aantrof, werd het verschil veel kleiner naarmate ik me verder in het Oosten begaf. Het antwoord op de veelgestelde vraag waarom ik nu juist naar het Oosten van Thailand ben afgereisd is daarmee eigenlijk al gegeven. Het is, als je het mij als bereisde rugzaktoerist vraagt, Thailand op z’n best.

Gezien toerisme naar Oost Thailand nog altijd ver achterblijft ten opzichte van andere gebieden, ervaar je er als gevolg daarvan gemakkelijk een vakantie zoals de locals. In het dagelijks reizigersleven is een spontaan gesprek met een local daarvoor een prachtig voorbeeld. In Ubon bijvoorbeeld, word ik op straat net zo vaak gevraagd waar mijn reis vandaag naartoe gaat als in Bangkok. Het grote verschil is echter het achterliggende doel van de gestelde vraag. Zo leert mijn ervaring dat een spontaan praatje in Bangkok doorgaans uitmondt in een verkoopgesprek, terwijl ik eenzelfde gesprekssituatie in Ubon in de regel ervaarde als oprechte interesse met plezier als doel.

Ook mooi, hoe verder ik van Bangkok afraak hoe vanzelfsprekender het is dat men voor mij als buitenlander dezelfde prijzen rekent als voor locals. In de Thaise hoofdstad raak ik ondanks mijn doorgewinterde afdingkunsten nog wel eens vermoeid van de eeuwige strijd om een eerlijke prijs. Hoe verder oostwaarts, hoe zichtbaarder arm maar intens gastvrij, hoe voelbaar oprecht de praatjes en in de regel met een prachtige gratis glimlach erbij!
Het viel me verder op dat de mensen in Isaan (Oost-Thailand) lachen om hun eigen grappen en ondanks dat ik daar vanuit Nederland een afkeer tegen ontwikkeld heb, doen ze dat hier zo overtuigd en aanstekelijk dat je er zelf ook vrolijk van wordt. Metaforisch houden de Thai je hiermee een spiegel voor en bepalen je eigen gevoel voor humor en je karakter in welke mate je van zo’n situatie geniet.

Nog zo’n mooi verschil, ze hechten in Isaan, zolang er geen farang (buitenlander) in het spel is, duidelijk weinig waarde aan een duur huis of dure kleding. Er gaat meer waarde uit naar samen bij familie of vrienden zijn, het delen van verhalen, liefst in een kringetje op de hoek van de straat en ja, met oorverdovend luid gepraat! Vergezeld van een natje, een droogje en een flinke dosis humor zijn het ogenschijnlijk echt de kleine dingen die de mens hier groots gelukkig maken. Een inspirerend voorbeeld voor velen, inclusief mezelf.

Kon ik aan het einde van de dag al halsreikend uitkijken naar een eenvoudig bord eten, simpele douche en een lekker bed, inmiddels zijn er meer kleine dingen die het genieten groot maken:

  • photo_4een gesprek aanknopen met de lokale dorpsoudjes en er vervolgens na wat gedeelde drankjes en getapte moppen achter komen dat je inmiddels een aardig woordje Thais spreekt;
  • zelf voor een paar centen de was doen en de gewassen kleding dezelfde dag  weer dragen terwijl je vaag terugdenkt waarom dat in Nederland altijd zo’n rotklus was;
  • dankzij een zeer gewaardeerde sponsering van telecomaanbieder DTAC overal in Thailand van Nederlandse radio kunnen genieten en ieder uur herinnerd worden aan een koude Hollandse winter, ver weg van hier;
  • twee keer welkom worden geheten in de buurtsuper, eerst de juffrouw op het bandje bij de deur en daarna de levensechte kassière;
  • op een lokaal straatmarktje een bevriende Bosschenaar tegen het lijf lopen die natuurlijk gezellig een stukje meefietst!
Mede dankzij de aanstekelijk relaxte levensstijl in de Isaan heb ik me na twee maanden goed kunnen losweken van het soms hectische leven in Nederland. Het is mijn intentie om het ritme van een stressloos bestaan de komende maand verder voort te zetten in Laos. Ik laat me daarbij net als in Thailand weer leiden door de weg in de hoop daarop interessante personages te ontmoeten. In Thailand had ik daaraan geen enkel gebrek.

De fietsende MonnikIn Ayutthaya bezocht ik een olifantendorp en sprak daar met vrijwilligster Jenny die me voornamelijk heeft bijgebracht wat voor bijzonder intelligente en complexe dieren olifanten zijn. In Korat ontmoette ik Chancha, een activiste die in vintage kleding door haar stad fietst om de fiets als informeel vervoermiddel te promoten. Het hoogtepunt van de laatste weken was een fietsrit met de fietsende monnik uit Bang Kruat. Naast zijn inspiratie voor lokale Thai deelde hij ook zijn levensregels die voor iedereen inspirerend zijn.

NontaburiLangs deze weg wil ik nog kenbaar maken dat het eerste projectdoel, het vergoeden van de tandem door sponsorgelden, is bereikt. Medio maart 2014 eindigt de fietsreis in Nontaburi, Thailand. De fiets zal ik aldaar doneren aan het Skills Development Center for the Blind. Mijn vrienden van The Human Ride maakten een prachtige reportage van deze organisatie waarin, ondanks de Thaise taal, heel duidelijk wordt hoe doeltreffend de tandem wordt ingezet.

Naast het bezoeken van interessante vrijwilligersprojecten en het delen van de tandem met medefietsers, is het volgende doel inzamelen van sponsorgeld voor de Aidstempel in Lopburi, Thailand. Ik ben onder andere met vrijwilliger Huub Beckers aan het bekijken met welke fysieke middelen deze tempel het meest gebaat is. Onder andere het beddengoed is hard aan vervanging toe. Met een kleine bijdrage kan ook jij een groot verschil maken voor de patienten die in deze bijzondere tempel verblijven. Kijk op de sponsorpagina voor meer informatie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>